ECLI:BE:RVSCE:2011:ARR.212.784
Détails de la décision
🏛️ Raad van State
📅 2011-04-26
🌐 NL
Arrest
Matière
Bestuursrecht
Résumé
Arrest nr 212.784 van 26 april 2011 Economische zaken - Wegverkeer van
goederen Beslissing : Afstand
Texte intégral
RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK
VOORZITTER VAN DE IXe KAMER
nr. 212.784 van 26 april 2011
in de zaak A. 195.089/IX-6654
In zake : 1. Willy VAN KERCKHOVE
2. de NV ALGEMEEN VERVOER DENDER EN SCHELDE
bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frederik Vanden Bogaerde kantoor houdend te 8610 Kortemark Torhoutstraat 10
bij wie woonplaats wordt gekozen
tegen :
het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering dat woonplaats kiest bij het Agentschap Wegen en Verkeer gevestigd te 1000 Brussel Koning Albert II-laan 20 bus 4
I. Voorwerp van het beroep
1. Het beroep, ingesteld op 14 december 2009, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 26 oktober 2009 van de Vlaamse minister van Mobiliteit en Openbare Werken, waarbij aan Willy Van Kerckhove een administratieve geldboete van 4125 euro wordt opgelegd wegens beschadiging van het wegdek door overlading van een voertuig en de NV Algemeen vervoer Dender en Schelde burgerrechtelijk aansprakelijk wordt gesteld voor de betaling van die boete.
IX- 6654-1/3
II. Verloop van de rechtspleging
2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend.
Eerste auditeur-afdelingshoofd Walter Van Noten heeft een verslag opgesteld.
Dat verslag werd aan de verzoekende partijen ter kennis gebracht op 13 januari 2010.
Op 28 februari 2011 heeft de hoofdgriffier aan de verzoekende partijen de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.
III. Beoordeling
3. Naar luid van artikel 21, zesde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag.
In het auditoraatsverslag is te dezen de verwerping van het beroep voorgesteld.
IX- 6654-2/3
De verzoekende partijen hebben geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend.
De hoofdgriffier heeft de verzoekende partijen medegedeeld, met toepassing van artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, dat de kamer de afstand van het geding zou uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen zou vragen om te worden gehoord. De verzoekende partijen hebben niet gevraagd om te worden gehoord.
Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing.
BESLISSING
1. De Raad van State stelt de afstand van het geding vast.
2. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op 350 euro, elk voor de helft.
Dit arrest is uitgesproken te Brussel, in openbare terechtzitting van 26 april 2011, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit:
Daniël Moons, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Wim Geurts, griffier.
De griffier De voorzitter
Wim Geurts Daniël Moons IX- 6654-3/3