ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250310.3F.3
Détails de la décision
🏛️ Hof van Cassatie
📅 2025-03-10
🌐 FR
Arrest
Matière
fiscaal_recht
Résumé
Uit artikel 356 WIB92 volgt dat de administratie een voorstel van subsidiaire aanslag aan de rechter kan voorleggen, die slechts ter uitvoering van de rechterlijke beslissing kan worden ingevorderd, en dat de administratieve aanslagprocedure niet voorafgaand aan de vraag om geldigverklaring van e...
Texte intégral
Conclusie van het Openbaar Ministerie van 10 maart 2025
ECLI nr:
ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250310.3F.3
Rolnummer:
F.21.0152.F-F.21.0153.F
Zaak:
A. contra ETAT BELGE FINANCE
Kamer:
3F - troisième chambre
Rechtsgebied:
Belastingrecht
Invoerdatum:
2025-03-31
Raadplegingen:
369 - laatst gezien 2026-01-01 18:07
Versie(s):
Origineel FR
Vonnis/arrest:
ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250310.3F.3
Fiche 1
Uit artikel 356 WIB92 volgt dat de administratie een voorstel van subsidiaire
aanslag aan de rechter kan voorleggen, die slechts ter uitvoering van
de rechterlijke beslissing kan worden ingevorderd, en dat de administratieve
aanslagprocedure niet voorafgaand aan de vraag om geldigverklaring van
een dergelijke aanslag gevolgd dient te worden; de omstandigheid dat de
administratie die procedure toch volgt, heeft geen invloed op de geldigheid
van de subsidiaire aanslag (1). (1) Zie concl. OM.
Thesaurus CAS:
INKOMSTENBELASTINGEN - AANSLAGPROCEDURE - Aanslag en inkohiering
Vrije woorden:
Nietig verklaarde aanslag - Subsidiaire aanslag - Herhaling van de administratieve
procedure - Gevolgen
Wettelijke bepalingen:
Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 356 - 32
Link Justel databank 19920612-32
Fiche 2
Alle kosten, in zoverre deze op onredelijke wijze de beroepsbehoeften
overtreffen, zijn geen beroepskosten; de kosten waarvan de aftrek op die
grond kan worden verworpen wanneer de administratie aantoont dat ze op
onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen, zijn de kosten die
beroepskosten vormen, in zoverre ze voldoen aan de voorwaarden bepaald
in artikel 49 WIB92, die door de belastingplichtige aangetoond moeten
worden (1). (1) Zie Cass. 20 februari 2014, AR
F.13.0058.N
ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140320.1
, AC 2014, nr.
135, met concl. van advocaat-generaal Thijs; Cass. 18 januari 2013, AR
F.12.0025.N
ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130118.8
, AC 2013, nr. 38, met concl. van advocaat-generaal Thijs.
Thesaurus CAS:
INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Beroepskosten
Vrije woorden:
Kosten die op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen - Bewijslast
Wettelijke bepalingen:
Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 49 - 32
Link Justel databank 19920612-32
Wetboek Inkomstenbelastingen 1992 - 12-06-1992 - Art. 53, 10° - 32
Link Justel databank 19920612-32
Tekst van de conclusie
Deze publicatie is beschikbaar in de taal van de procedure FR
Gerelateerde publicatie(s)
Vonnis/arrest:
ECLI:BE:CASS:2025:ARR.20250310.3F.3
citeert:
ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141010.4
ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150213.3
ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151126.11
ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20151126.6
ECLI:BE:CASS:2021:ARR.20210916.1N.6
precedenten:
ECLI:BE:CASS:2013:ARR.20130118.8
ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140320.1