ECLI:BE:RVSCE:2000:ARR.91.312
Détails de la décision
🏛️ Raad van State
📅 2000-12-04
🌐 NL
Arrest
Matière
Bestuursrecht
Résumé
Arrest nr 91.312 van 4 december 2000 - Beslissing : Verwerping
Texte intégral
RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.
A R R E S T
nr. 91.312 van 4 december 2000
in de zaak A. 91.381/IX-2357.
In zake : Daniël DE JONGHE, die woonplaats kiest bij advocaat H. SEBREGHTS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 33
tegen :
1. het Selectiebureau van de Federale Over-
heid (SELOR), 2. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Justitie, die woonplaats kiest bij advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te LEUVEN, Ijzerenmolenstraat 105.
DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER,
Gezien het verzoekschrift dat Daniël DE JONGHE, op 28 april 2000 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van "de rangschikking van de deelnemers aan het bevorderings-
examen voor de graad van commissaris voor de Gerechte-
lijke Politie, in het bijzonder van het assessment center", "de examenresultaten van de laureaten van voormeld bevorderingsexamen", en "het besluit waarbij hij niet geslaagd werd bevonden voor het bevorderings-
examen voor de graad van commissaris voor de Gerechtelijke Politie, in het bijzonder het assessment center";
Gezien het gelijktijdig ingediende verzoek-
schrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernie-
tiging vordert van dezelfde beslissing;
Gezien de nota van de verwerende partij;
IX-2357-1/11
Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER;
Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen;
Gelet op de beschikking van 18 september 2000 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 30 oktober 2000, waarna de zaak wordt uitge-
steld tot de openbare terechtzitting van 13 november 2000;
Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN;
Gehoord de opmerkingen van advocaat H. SEBREGHTS, die verschijnt voor verzoeker, van adviseur-generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van advocaat C. GYSEN die, loco advocaat P. LUYPAERS verschijnt voor de tweede verwerende partij;
Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER;
Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
1. Over de gegevens van de zaak.
Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat :
1.1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 17 december 1998 betreffende de bevordering van gerechtelijke agenten bij de parketten tot de graad van gerechtelijk commissaris of van laboratoriumcommissaris IX-2357-2/11
bepaalt dat om bevorderd te kunnen worden tot gerechtelijk commissaris de gerechtelijke agent gedurende ten minste vier jaar het ambt van gerechtelijk agent moet hebben uitgeoefend en moet slagen in een selectieproef betreffende de bekwaamheid vereist voor het uitoefenen van de functie en in een selectieproef van het type "assessment center".
Artikel 3 van genoemd koninklijk besluit machtigt de minister van Justitie om de inhoud van die selectieproeven te bepalen. Dit gebeurt bij ministerieel besluit van 18 december 1998.
Artikel 8 van het besluit bepaalt dat het assessment center bestaat uit één of meerdere gedrags-
en/of situatieproeven, één of meerdere persoonlijkheids-
vragenlijsten en één of meerdere interviews.
Volgens datzelfde artikel heeft de proef tot doel de gegadigde te beoordelen op de persoonlijkheids-
kenmerken en de gedragsdimensies die relevant zijn voor het uitoefenen van de functie van gerechtelijk officier.
De artikelen 6 en 10 van het ministerieel besluit bepalen tevens de samenstelling van de examen-
commissie voor de beide selectieproeven.
1.2. Bij ministerieel besluit van 26 februari 1999 duidt de minister van Justitie de leden van de examencommissies voor de eerste selectieproef, de bekwaamheidsproef, aan.
1.3. Aan de kandidaten wordt een toelichtende nota bij de assessmentproef ter beschikking gesteld waarin hen wordt uitgelegd hoe een dergelijke proef wordt opgevat, welke soorten proeven er kunnen verwacht worden en meer bepaald ook welke persoonlijkheidsdimen-
sies men door de proef zal meten. Daarbij wordt de inhoud van die dimensies uitvoerig toegelicht vanuit de concrete realiteit van de taken van een gerechtelijk officier. Het zijn communicatievaardigheid, leadership,
IX-2357-3/11
organisatietalent en zin voor synthese, motivatie en loyauteit en stressbestendigheid.
1.4. De bekwaamheidsproef vindt plaats op 27 maart 1999, het schriftelijke gedeelte van het assessment center op 27 oktober 1999 en het mondelinge gedeelte op 9 december 1999. Verzoeker slaagt in de bekwaamheidsproef met 69 punten op 100 maar mislukt op het assessment center, zoals blijkt uit het proces verbaal van het examen.
1.5. Verzoeker wordt bij brief van 25 februari 2000 uitgaande van de eerste verwerende partij op de hoogte gebracht van zijn mislukken "voor het assessment center" waarvoor hij 35 punten op 100 behaalt terwijl het vereiste minimum 60 op 100 is. Op zijn verzoek van 3 maart 2000 om de motieven te kennen van de beslissing over het niet-slagen antwoordt de eerste verwerende partij als volgt :
"Zoals voorzien in het Ministerieel Besluit van 18 december 1998 (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 12 januari 1999) bestond het assessment center uit één of meerdere gedrags- of situatieproeven, één of meerdere persoonlijkheids-
vragenlijsten, en één of meerdere interviews. Om te slagen diende u ten minste 60 punten op 100 te behalen voor het geheel van het assessment center. De examencommissie bestond, zoals voorzien in dat Ministerieel Besluit, uit een selectieadviseur van het Vast Wervingssecretariaat, een magistraat van een parket van de procureur des Konings, en twee gerechtelijke officieren (bekleed met de voorziene graden).
De collectieve onderdelen van het assessment center (schriftelijke in-basket of postbakoefening, inclusief eigen evaluatie van deze oefening, compu-
tergestuurde persoonlijkheidsvragenlijst, en schriftelijke vragenlijst) werden aangeboden op 27 oktober 1999. Voor de mondelinge gedeeltes (bespreking van de in-basket oefening, rollenspel, en interview) werd u op een latere datum uitgenodigd.
Doorheen de verschillende oefeningen werden de cruciale competenties vereist bij een commissaris bij de gerechtelijke politie geëvalueerd. Deze competenties werden gesynthetiseerd in volgende basisdimensies : communicatievaardigheid (omvat zowel IX-2357-4/11
luistervaardigheid, inleving, sensitiviteit, als verbale vaardigheid en vlotheid, het vermogen de eigen ideeën helder en duidelijk te formuleren, expressiviteit), organisatietalent (met onder andere planmatigheid, systematiek van werken, nauwkeurigheid, maar ook het vermogen pro-actief op te treden), leadership (kunnen delegeren, maar tevens kunnen motiveren en coachen, inspireren), stressbestendigheid, en motivatie en loyauteit (inclusief initiatief).
In elk van de oefeningen of onderdelen werden de verschillende dimensies onderzocht. Op grond van de prestaties op de verschillende oefeningen samen werden punten gegeven. Per basisdimensie oordeelde de (volledige) jury na onderling overleg of u voor deze dimensie zwak (score 1), matig (score 2), voldoende (score 3) dan wel goed (score 4) scoorde. Op basis van deze bevindingen werd een totaalcijfer toegekend op 100.
U behaalde 35 punten op 100. Voor de verschillende basisdimensies kreeg u - op grond van wat u demonstreerde in de verschillende oefeningen —
volgende scores :
communicatievaardigheid : 2
organisatietalent : 1
leadership : 1
stressbestendigheid : 1
motivatie en loyauteit: 2
Concreet ging de examenjury als volgt te werk.
Drie juryleden scoorden de postbak-oefening. Hierbij werd aandacht besteed aan : organisatie en planning, nauwkeurigheid, rolinleving en engagement, leidinggeven, communicatie, en kennis van de onderzoeksmethodiek. Men kon voor elk van deze deelaspecten (stuk voor stuk terug te voeren tot de grotere, meer omvattende basisdimensies) goed, matig, of onvoldoende scoren. Onvoldoendes dienden tijdens het mondeling gedeelte verder onderzocht te worden.
Tevens werden op basis van de postbak-oefening hypothesen geformuleerd over uw persoonlijkheid en manier van optreden, die tijdens het mondeling gedeelte getoetst werden. Hetzelfde gebeurde met de persoonlijkheidsvragenlijst, die computergestuurd afgenomen werd. Op basis van de resultaten van deze test werden aandachtspunten geformuleerd, waar tijdens het mondeling gedeelte verder op ingegaan werd. De mogelijke aandachtspunten hadden betrekking op de basisdimensies die hierboven reeds aangehaald werden.
Tijdens het mondeling gedeelte (bespreking post-
bak, rollenspel en interview) kreeg u ruimschoots de gelegenheid te bewijzen wat u op dit moment als potentieel leidinggevende bij de gerechtelijke politie (niveau commissaris) in uw mars hebt. De verschillende juryleden gaven u de kans de minder goede oplossingen in de postbak te verdedigen of
IX-2357-5/11
recht te zetten; er werden u verschillende vragen gesteld aansluitend bij de aandachtspunten die uit de postbak en de computergestuurde persoonlijkheids-
vragenlijst naar voor gekomen waren. Ook werden eventuele relevante aspecten uit de schriftelijke vragenlijst verder besproken. In het rollenspel kon u concreet laten zien of u zich in de problematiek van de tegenspeler kon inleven, of u uw eigen ideeën duidelijk kon brengen, of u de belangen van de organisatie in het oog bleef houden en voldoende passend kon reageren, en dergelijke meer. U kreeg tevens de gelegenheid uw eigen opmerkingen bij de uitvoering van het rollenspel weer te geven.
Pas na afloop van het mondeling gedeelte werd uw profiel opgemaakt en werden punten toegekend. Hierbij werd rekening gehouden met uw prestaties over alle oefeningen heen.
De toegekende resultaten hebben betrekking op hetgeen u tijdens het assessment center hebt laten zien aangaande uw huidige competenties. Het oordeel van de examenjury houdt dus geenszins in dat u nooit voor de functie van commissaris in aanmerking kunt komen. Indien u niet slaagde, betekent dit alleen dat u op dit moment nog een aantal vaardigheden dient bij te spijkeren om met grote kans op succes de functie in zijn diversiteit en veelheid van vereisten (ook in het licht van de nakende politiehervorming) te kunnen invullen. Wij hopen dan ook dat de evaluatie voor u eerder een aanzet mag betekenen om op zoek te gaan naar verdere ontplooiings- en vormingsmogelijkheden, zodat u bij een volgende gelegenheid meer kansen maakt om uw doelen te bereiken".
De lijst met de rangschikking van de geslaagde kandidaten wordt bekendgemaakt met een infor-
matiebulletin voor het personeel van 28 februari 2000;
2. Over de gegrondheid van de vordering tot schorsing.
2.1. Overwegende dat de beslissingen die verzoeker aanvecht enerzijds zijn eigen examenresultaat is zoals dit hem is meegedeeld bij brief van 25 februari 2000 en anderzijds de examenresultaten en de daaruit volgende rangschikking van de laureaten zoals deze hem werd ter kennis gebracht door het informatiebulletin voor het personeel van 28 februari 2000;
IX-2357-6/11
2.2. Overwegende dat luidens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de bestreden beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de akte of het reglement een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen;
2.3. Overwegende dat met betrekking tot de tweede voorwaarde verzoeker aanvoert dat aangezien de examen-
resultaten de basis vormen voor benoemingen tot commis-
saris, hij door zijn mislukken de kans misloopt om tot die graad te worden benoemd terwijl de vacante betrek-
kingen wellicht zeer binnenkort zullen worden ingevuld door de geslaagden zodat die betrekkingen voor de toekomst voor hem onbereikbaar zullen zijn, dat de benoemingen die zullen gebeuren op grond van het thans aangevochten examenresultaat niets anders zijn dan be-
noemingen van de laatste kans; dat de op dit ogenblik geldende benoemingsvoorwaarden mee zullen evolueren in het kader van de op til zijnde politiehervorming; dat de besproken examensessie de ultieme kans bood om binnen de bestaande structuur van de gerechtelijke politie een benoeming te krijgen die ook in de nieuwe structuur zal moeten gevaloriseerd worden, terwijl de in de toekomst uit te schrijven examens onder het gesternte van de nieuwe eenheidsstructuur zullen plaatsvinden en onge-
twijfeld specifieke voorwaarden zullen stellen inzake opleiding, diploma s, getuigschriften en ervaring zodat de kans dan ook zeer reëel is dat vergelijkbare posten voor verzoeker onbereikbaar worden zodat bij niet schorsing het nadeel ook moeilijk herstelbaar wordt; dat hij een aanzienlijke ervaringsachterstand zal oplopen ten overstaan van de benoemden, dat rechtstreeks of onrechtstreeks de door de benoemden opgedane ervaring een belangrijk element zal vormen bij de na vernietiging IX-2357-7/11
af te leggen nieuwe examens en verzoeker met een concurrentiële achterstand de nieuwe proeven zal moeten aanvatten;
2.4. Overwegende dat de tweede verwerende partij hierop antwoordt dat het aangevoerde nadeel in zijn geheel te algemeen is en een voldoende persoonlijke band mist met verzoeker nu de niet minder dan zestien ver-
schillende verzoekers hetzelfde nadeel aanvoeren terwijl ze allen nochtans verschillend zijn qua beroepservaring, examenresultaat en waarschijnlijk ook qua loopbaanverwachting, dat verzoeker zelf zijn nadeel heeft gerelativeerd door tot de laatste dag te wachten alvorens zijn vordering tot schorsing in te dienen, dat het mislopen van een kans op bevordering en de daarbij behorende vertraging in de loopbaan inherent is aan het deelnemen aan een bevorderingsronde en het feit dat verzoeker naast een bevordering grijpt en dat de betrek-
kingen door anderen worden ingevuld te hypothetisch is, dat voorts met een nadeel dat voortvloeit uit een nakende nieuwe wetgeving inzake benoemingen geen rekening kan worden gehouden, dat tenslotte verzoekers argument dat hij geen ervaring zal kunnen opdoen in de betrekking van commissaris geen rechtstreeks verband heeft met de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en de overheid trouwens geen rekening mag houden met ervaring die werd opgedaan op basis van een vernietigde benoeming;
2.5. Overwegende dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet voortvloeien uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; dat te dezen een kans om een benoeming in de graad van commissaris bij de gerechtelijke politie te mislopen en dat die betrekkingen zullen worden opgevuld door de laureaten van het examen zodat ze voor verzoeker zelf onbereikbaar worden omdat zij niet meer vacant zijn, op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel is IX-2357-8/11
aangezien het mislopen van een kans om benoemd te worden niet als zodanig wordt aangemerkt; dat het innemen van de betrekkingen van commissaris bij de gerechtelijke politie niet uit het examenresultaat zelf volgt maar wel uit nog te nemen beslissingen, met name de benoeming van geslaagden, dat dit nadeel aldus niet rechtstreeks voortvloeit uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen en dat verzoeker in voorkomend geval het doen innemen van die betrekkingen zou kunnen ondervangen door de schorsing te vragen van die benoemingen zodat dat nadeel evenmin moeilijk te herstellen is; dat het door verzoeker ingeroepen nadeel dat als gevolg van de op til zijnde politiehervorming de voorwaarden voor de toegang tot de graad van commissaris bij de gerechte-
lijke politie of een hiermee gelijkwaardige graad zullen veranderen en dat het onzeker is of hij alsdan nog wel voor een dergelijke betrekking in aanmerking zal komen niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden be-
slissingen; dat hij ook niet met zekerheid kan aantonen hoe het nieuwe statuut zal zijn voor die graad of een hiermee gelijkwaardige graad en derhalve ook niet welke voorwaarden voor bevordering zullen worden gesteld tot een voor aan de graad van commissaris van de gerechte-
lijke politie gelijkwaardige graad, dat hij ook geen ernstige elementen aanreikt over de mogelijkheden om in de toekomstige nieuwe politiestructuur al dan niet nog te kunnen bevorderen in graden gelijkwaardig aan de graad van commissaris van gerechtelijke politie, dat derhalve het argument van verzoeker dat het zou gaan om een laatste kans te hypothetisch is; dat de mogelijkheid om achterstand in ervaring op te lopen niet het gevolg kan zijn van de bestreden beslissingen, dat immers de ervaringsachterstand waarmee verzoeker bij een eventueel nieuw examen zou worden geconfronteerd door hem alleen kan worden ondervangen door de schorsing te vragen van de eventuele benoemingen in de graad van commissaris bij de gerechtelijke politie van de geslaagden; dat verzoeker derhalve niet aantoont dat hij een moeilijk te IX-2357-9/11
herstellen ernstig nadeel ondergaat die voortvloeit uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de door hem bestreden beslissingen;
2.6. Overwegende dat aldus niet voldaan is aan een van de voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat die vaststelling volstaat om verzoekers vordering tot schorsing van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing af te wijzen,
B E S L U I T :
Artikel 1.
De vordering tot schorsing wordt verworpen.
Artikel 2.
De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld.
IX-2357-10/11
Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vier december 2000, door :
de H. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, Mevr. V. WAUTERS, griffier.
De griffier, De voorzitter,
V. WAUTERS. L. HELLIN.
IX-2357-11/11